Staalborstel

Opgebouwde lagen
harde lak
groen rood blauw paars zwart
laag na laag
klap na klap
schaduw over schaduw.

Ruzies
machtsstrijd
ongelijkheid
geweld
en het haten

Als je
de laklagen
poetst
en poetst
en poetst
en schuurt
en te lijf zou gaan
met een staalborstel.
Wat zou je dan zien?

Een blote ziel?
Kwetsbaar misschien,
maar in essentie vooral mooi?

De mens is niet hier om te haten,
ik geloof het gewoon niet.

En tegelijkertijd…
snap ik er niks van.

©Maaike

Advertenties

Hij glimlacht. Zij glimlacht.

Warm slaat hij de mantel om haar heen.
Dekt met wollen shawl de hals toe;
de handen koud, de stoel te leen.

De zon verdringt de kille wind.
Zacht gerimpeld streelt hij, uit haar ogen,
de haarlok van het kind.

Het haar dat valt op de jas, licht de kraag fel op.
Ooit goudachtig rood met gloed,
nu treffend glinsterend als een top.

Haar geluid is weg, de kleuren vervaagd.
Geuren vervlogen tussen de wolken;
ze wordt door angsten geplaagd.

Dagboeken gevuld met hún verhalen, nog altijd.
Onstuimig, verpletterend, mooi en ontroerend;
het zijn verhalen zonder spijt.

Niets zal vervliegen, het zal er altijd zijn.
Als een stroom van woorden,
vastgeklonken aan de onzichtbare lijn.

Hij aait haar vingers.
Streelt haar wang.

Hij glimlacht.
Zij glimlacht.

© Maaike

Vluchten

De lucht vibreert in chaos.
Energiestromen gaan zoekend, de weg kwijt,
van voor naar achter.

Ik kijk omhoog en daar,
daar schommelt de sterrenhemel.
Zachtjes meebewegend met het gewiebel op aarde.
Het lijkt een oase van rust en vrede.

In gedachten zie ik lichtjes,
duizenden bijeen,
langzaam voort,
omdat het niet anders kan.
Tranende, wanhopige, machteloze lichtjes,
omdat het niet anders kan.
Weg van het geknetter.

En straks,
straks ga ik naar de kermis.
De lichtjes daar zullen pijn doen.
Pijn aan mijn ogen.

Wat zou ik graag,
één van de kleinste sterretjes,
die niet meer meekwam met de stroom,
daar, boven…
bij de hand nemen.
En een knuffel laten grabbelen,
één klein knuffeltje.

© Maaike

Gewoon mooie

Sommige ontmoetingen
laten me
even stil staan.
Een ontmoeting
uit onverwachte hoek.

Ik sta ineens
ik ben
oog in oog
met iemand
die ik nog niet écht ken.

Er ontstaat zo
heel spontaan,
een gesprek
met woorden die raken
die ergens over gaan.

Sommige ontmoetingen
zijn gewoon
mooie.

© Maaike

Mijn voeten

Mijn voeten staan hier naast elkaar
stevig in het zand
even niet bewegen nu
al wil ik straks naar daar

De golven rollen naar me toe
soms zelfs over me heen
terwijl de zon mijn kant op kijkt
stil loerend wat ik doe

Die voeten staan hier naast elkaar
totaal in het moment
het hier en nu is prima zo
straks ga ik pas naar daar

Ze helpen me te zijn
elk zeldzaam ogenblik
niet gauw naar links of rechts
het nu is toch zo fijn

© Maaike

De vogel

De vogel vliegt
hij zweeft en kwettert
duikt en spettert

Hij kan alles overzien
Zal ik die kant of misschien
toch draaien
en de gok maar wagen
De wind om wat hulp vragen

Welke koers hij vaart
het is altijd goed
Enige zorg
dat hij eten moet

En wij met z’n allen dan
met oorlog armoe en verdriet
de wereld wordt er niet mooier van

Als wij nou eens zouden kunnen zweven
zonder te denken
dan brengt de wind ons ergens
al is het maar voor even
Denk daar waar liefde is
©Maaike

Ik ben een kunstenaar

Ik denk dat ik anders ben
kan de juf soms echt niet volgen
Droom of kijk uit het raam
druk met anders denken

’s Avonds weet ik het zeker
denk dat ik het zie
Ik ben niet vreemd
zegt mama
ik heb talenten, ben een genie

En wat nou als
de juf
de meester
mijn beste vriendin
en de rest van de klas
morgen weer iets anders zeggen

Niet hardop, nee niet hardop
ik hoor ze in mijn kop

Diep vanbinnen
voel ik
dat het een wedstrijd is

Jij bent beter
Ik ben groter
Jij bent sneller
Ik ben verder

tol tol tol, dol dol dol

Laat die tafel van zeven maar
geef mij een kwast en heel veel verf

Ik ben een kunstenaar

©Maaike

Fout vriendje

Ze hoort wat je zegt
langzaam
duidelijk
mee knikkend, stikkend
maar voelt je niet

Ze hoort wat je zegt
de boodschap helder
zinnen vloeiend
gaat je achterna
maar stokt daar waar jij doorloopt
de buik stribbelt

Ze hoort wat je zegt
het moet mooi zijn
zeker
het voelt en broeit
weids en groots maar oh zo gemeen

Ze hoorde echt wat je zei
draaide niet om je heen
snakte naar je zeggen
mooie woorden en gedurfd
Maar kan het wel alleen

©Maaike

Absorberen

Het niet meer kunnen denken
het hoofd domweg te vol
de hele dag impulsen
het maakt soms horendol

De informatiestroom van heden
kent geen eindigheid
absorberen heel de dag
en ’s avonds komt de spijt

De mails, de berichten,
het beeld en het geluid
we doen het allemaal zelf
zetten niet snel meer iets uit

Is het echt dat ‘willen weten’,
inmiddels zo gewend
dat we vergeten te genieten
van dit ‘zo voorbij’ moment

Als we nu eens af en toe
kijken naar omhoog
of doen van ‘dit kan straks ook wel’
even los die strakke boog

Dan gaat het niet ten koste van
de ziel daar op de achtergrond
want de impulsen aan de voorkant
snoeren haar gewoon de mond.
©Maaike

Verder

Het komt zoals het komt
is dat de overtuiging?
Ik ben ik
ik doe wat ik doe
en ik denk dat ik zoveel grip heb

Op van alles
en nog meer

Tot ik tot het besef kom
Verrek!
Inderdaad!
Het komt écht zoals het komen wil
en niet anders

Het zoeken wroeten draaien
verspilde energie?
Het denken
omzetten in gaan doen
zo vanzelfsprekend

Maar vaak houdt dat me juist af
van wat ik voor ogen had

Houdt het me weg?
Of brengt het me verder?

Het komt zoals het komt
…denk ik

©Maaike